"Uw handen, onze zorg"
Buigpeesletsel
Aan de binnenzijde van de vingers, hand en pols lopen de buigpezen, deze pezen zorgen ervoor dat de vinger kan buigen. Een verwonding aan de hand kan letsel van deze buigpezen veroorzaken. Als er bijvoorbeeld een pees wordt doorgesneden, verliest de vinger de mogelijkheid om te buigen. Om deze reden is het na een letsel belangrijk om de beweeglijkheid van de vinger te controleren. Letsel van de buigpezen kan zowel ‘open’ als ‘gesloten’ zijn en kan in verschillende zones van de hand plaatsvinden. Bij een gesloten letsel spreken we van een zogenoemde ‘jerseyfinger’. Hierbij vindt een forse kracht plaats op de vinger wanneer een gesloten hand wordt gevormd. Bijvoorbeeld als je iemand aan zijn shirt trekt. Bij een ‘open’ letsel is er sprake van een snij- of glasverwonding.
Kenmerken buigpeesletsel
Onvermogen om de vinger te buigen, vaak gecombineerd met pijn, zwelling en warmte. Wanneer één of beide buigpezen zijn aangedaan, blijft bij het maken van een vuist de vinger (gedeeltelijk) in gestrekte positie. Er is dus een onvermogen tot buigen.
Behandeling buigpeesletsel
Behandeling van buigpeesletsel vindt altijd operatief plaats. De buigpees moet namelijk worden gehecht of teruggeplaatst op het bot. Hiervoor wordt de snijwond vaak uitgebreid tot een zigzag/Z-snede zodat de chirurg de schade beter kan beoordelen. Daarna worden de peesuiteinden binnen de mogelijkheden zo sterk als mogelijk aan elkaar gehecht.
Wanneer de sterkte van de peeshechting dit toelaat heeft het de voorkeur om binnen 3 tot 5 werkdagen te starten met actieve oefeningen bij de handtherapeut. ´early active’. Hoe langer er niet wordt bewogen, hoe meer het littekenweefsel de kans krijgt om verklevingen te veroorzaken. Verklevingen kunnen het verglijden van de pees in de weg staan en hoewel de pees dan intact is, kan de vinger nog steeds niet of minder buigen.
De handtherapeut kan u helpen om een goede balans te vinden in het voldoende en niet te krachtig bewegen om de kans op beperkende verklevingen tot een minimum te beperken en daarmee de bewegelijkheid te optimaliseren.
Naast te krachtig buigen, kan ook te ver strekken van de aangedane vinger en pols een oorzaak zijn van een ruptuur. Om dit te voorkomen maakt de handtherapeut een spalk die de pols, hand en vingers in strekking blokkeert. Deze spalk wordt de eerste 6 weken continu gedragen. Hierna wordt deze in samenspraak met de handtherapeut geleidelijk afgebouwd.
Belasting
In de eerste 6 weken mag er geen belasting van de pees worden gevraagd. Hieronder valt ook lichte belasting in het dagelijkse handelen. Na deze 6 weken zal de belasting geleidelijk opgebouwd worden tot u op 12 weken na operatie maximale kracht mag zetten. De duur van de herstelfase is altijd variabel en afhankelijk van de wondgenezing.